Herman Van Rompuy
Onze eerste minister
Is een echte tsjeef

hvr1

more to come…

Voor JOEfm, de nieuwe radiozender, zijn we spotjes aan’t maken voor de lanceringscampagne. Vandaag was de eerste draaidag met onder andere… Eddy Wally! En ja hoor, de man is in’t echt even echt (of fake) als op TV… Hij valt geen seconde uit zijn rol (fin, ik denk dat hij gewoon zijn eigen typetje geworden is). Het was in ieder geval heel grappig. Een zin van 3 woorden onthouden kan de man niet (de tekst hing zelfs in’t groot boven de camera), maar improviseren daarentegen! Geen enkel shot was hetzelfde :D .

Binnenkort zal ik de resultaten posten! Hier alvast een voorsmaakje…

Eddy & ik“Wauw my god!”

Jean-Marie Pfaff ging normaal gezien ook komen, maar hij was ziek, helaas! :(

Valentijn was sowieso een bittere pil om te slikken dit jaar. Er zijn nu eenmaal momenten dat je er net niet aan herinnerd wil worden hoe schoon de liefde wel kan zijn, en dan kom je dit tegen in Het Laatste Nieuws (niet gekocht, in de caffenation gezien):

willy

Brrrr…

Ondertussen zijn we toch al een dikke maand het nieuwe jaar in, en ik heb toch al een paar van mijn Nieuwjaarsvoornemens kunnen waarmaken: een beetje afvallen (5kg so far), meer sporten (wekelijks ga ik zwemmen) en wat meer op mijn geld letten! Ok, dat laatste is nog niet zo goed in orde, maar ik heb een eerste stap genomen, en ben alles beginnen op te schrijven:

uitgaven januari

uitgaven januari

Zo wordt het maar eens te duidelijk dat ik dringend wat minder moet gaan shoppen :) .

Volgende maand hopelijk wat beter…

ps: Het programma waarmee ik mijn kosten bijhoud, is Buxfer.

Nog een beetje troebel in het hoofd ging ik met Sofie, freeloader-in-crime, naar de Nieuwjaarsdrink van ‘t Stad. Een gratis eet -en drankfestijn voor A! Met Bollekes, glühwein, chocomelk, soep, suikerspin, frietjes met mayonaise en ‘A’-goodies! Er hing een gezellig sfeertje, en iedereen was goedgezind, echt tof! Mensen begonnen spontaan met mekaar te babbelen en enkele die hard-Sinjoren toonden met trots de handschoenen die ze twee jaar geleden kregen, de sjaal van vorig jaar en de muts die er dit jaar bovenop kwam. Volledig winterproof ‘rulden’ ze de Grote Markt. De Snorrenclub mocht natuurlijk niet ontbreken, en jaja, dedees kreeg zelfs een vette knipoog van de chief-oppersnor! Ik moest ervan blozen tot achter mijn oren :)

Ook kwamen we enkele verbaasde toeristen tegen die maar niet konden geloven dat alles gratis en veur niet was. Jaja, ‘t is leuk om trots te zijn op A!

Horst Tappert, ofte Derrick, ofte de man met de meest welklinkende naam uit de Duitse showbizz ist nicht mehr…

horst-tappert

Möchte er im Freude rûhen.

Als u zich afvraagt wat ik (en mijn collega’s) doen buiten vliegerkes vouwen en de flexibiliteit van onze bureaustoel testen nog zoal doen, dit is wat van ons recent werk:

Paintball Gent:

Scripta Mailing:

De Grote Verzoekweek van 4fm:

Valt het overigens op hoe’n schone houten werktafels wij hier hebben?

Ondertussen zijn we al meer dan een week terug thuis, en het is toch wel even terug wennen! Terug werken, zo koud, sneeuw(!), zelf afwassen… zucht. Maar het was zo’n mooie en leuke vakantie, ik voel dat mijn batterijtjes weer goed opgeladen zijn!

Onze laatste dagen brachten we trouwens in San Juan Del Sur door, hét badstadje van Nicaragua. Een mooie afsluiter. We zochten een verblijfje op het strand in een afgelegen baai en brachten de laatste uurtjes Nica vooral door op het strand (nog even goed verbranden) en in de oceaan (2meter hoge golven tegen je op laten beuken: heerlijk, of zoals Rob proberen ‘de golf te pakken’ en je laten meesleuren tot het strand). Ik denk dat leren surfen volgende vakantie zeker op het programma staat.

Ik ben nu bezig met alle foto op te laden naar Flickr, een heus werkje, en ik zal er nog wel even mee bezig blijven. Maar je kan dus om de paar dagen hier rechts doorklikken en nieuwe foto’s zien. Hopelijk komt er dan later ook nog een ’samenvatting’ hier op de blog met de leukste foto’s.

Je mag ze trouwens ook altijd hier bij mij thuis komen bekijken met een Nica Libre erbij ;)

Met nog maar twee nachtjes in Nicaragua is het tijd voor een laatste blogpostje!

In Granada vonden we wat we nodig hadden: een leuke hostel met toffe mensen, lekker weertje, goed eten en een gemoedelijke sfeer.

Granada is een bijzonder mooi koloniaal stadje, maar ons net iets te ‘afgelikt’, soms hadden we het gevoel dat we in het Spaanse deel van een pretpark waren. Granada lijkt trouwens ook een beetje een tweede Florida te worden van de Amerikaan op rust. Geef ons dan maar grungier Leon..

We boekten een lekkerlui dagje naar ‘The Monkey Hut’ een mini-resortje aan Lago Apoyo, een mysterieus kratermeer niet zo ver van Granada. Het meer is 200m diep en ze hebben er een eigen vissoort die je nergens anders ter wereld kan vinden, en bovendien weet niemand ook hoe ze erin gekomen zijn, vreemd!

Na deze ontspannende dag besloten we dat het tijd was om nog eens een vulkaan op te kruipen: de Mombache. We werden met een jeep helemaal naar boven gebracht, en daar konden we kiezen om een van de twee trails rond de kraters te doen. Voor het tweede pad had je een gids nodig, en daar hadden we nu niet veel zin in, dus kozen we voor het eerste. Er zijn daar wel drie rangers ons komen uitleggen hoe we moesten lopen, en raadden ons toch wel aan om een gids te nemen! We trokken er toch alleen op uit, en…. om de vijf meter stond er een pijltje hoe we moesten lopen! Redelijk belachelijk. We hadden weer dat nep-pretpark gevoel. Gelukkig kregen we wel wat mooie uitzichten over Granada en Las Isletas, kleine eilandjes in het meer van Nicaragua die vroeger de top van de vulkaan vormden voor ze er werden afgeblazen.

Zondag trokken we met pak en zak naar Isla Ometepe, het grootste eiland ter wereld in een meer en met 2 vulkanen op: de Conception en de Maderas.

Nog niet goed wetende waarnaartoe lieten we ons meeleiden door enkele andere backpackers naar zogezegd het beste strand van het eiland. Ware het niet dat het het einde van het regenseizoen is, en het meer nogal hoog staat, en er dus eigenlijk geen strand overbleef. Bovendien kregen we er onze eerste tropische regenbui in onze nek. Een beetje `gestrand` (zullen we het niet noemen), zochten we het gezelschap op van enkele fellow-backpackers en beleefden een gezellige avond met enkele Toña’s (het plaatselijke bier) en lekker eten (gegrilde vis en kreeft, mmmm).

De volgende dag trokken we dan naar de andere kant van het eiland naar de voet van de vulkaan de Maderas en vlakbij Isla de monos (monkeyisland!), alwaar ons twee queestes wachtten: de vulkaan beklimmen en eindelijk apen zien!

We gingen eerst naar San Ramon om de watervallen te zien die van wel 40m hoog langs de flanken van de vulkaan naar beneden donderen. Muy impressionante! Op onze terugweg werden we het bos in gelokt door de roep van de brulaap. Na lang zoeken konden we eindelijk twee brulapen spotten die ons nieuwsgierig aan het bestuderen waren. Soort zoekt soort zeg maar.

Moe maar zeer voldaan gingen we terug naar onze hostel waar we twee vrolijke Engelsmannen en een Nederlander ontmoetten. De Toña vloeide rijkelijk en eigenlijk waren we van plan om de volgende dag de vulkaan de Maderas te beklimmen. We hadden nog niet veel voorbereid en de hoteleigenaar stelde voor dat zijn zoon ons de volgende dag zou meenemen op de vulkaan.

Slecht geslapen en met een kleine kater trokken we er de volgende ochtend op uit. Door een miscommunicatie hadden we geen eten bij! Wij hadden gevraagd of er onderweg naar de vulkaan nog een klein winkeltje was om wat eten te kopen, maar dat bleek dan toch niet zo te zijn. De moed zakte in mijn zwae stapschoenen en de tocht werd er niet lichter op. Na een paar uur klimmen ging het me echt niet meer af en besloten we, met een lichtjes teleurgestelde Rob, terug te keren. Om de dag toch nog goed te maken, zwommen we in de namiddag naar Monkeyisland. Op de weg daarheen werden we trouwens nogmaals getrakteerd op zicht op een groep voorbijkomende brulapen. En te zeggen dat we de dag ervoor een halfuur in het bos hadden zitten zoeken om er eentje te kunnen zien.

Na een goei halfuurtje zwemmen kwamen we aan op Monkeyisland. We hadden de bewoners (een paar spidermonkeys, vertaling weet ik niet echt) al van ver gezien, maar zij ons ook blijkbaar. Toen we aan land wilden kruipen kwamen er twee apen met grijpende armen op ons afgestormd om te duidelijk te maken van wie het eiland was. We konden nog net op tijd terug in het water springen. Heel grappig wel. Overal waar we rondom zwommen volgden ze ons acrobatisch slingerend in de bomen. We mochten er niet op, wat we niet erg vonden, het spectakel dat we ervoor in de plaats kregen was het zeker waard! Die broers van ons toch!

Die avond maakten de andere backpackers plannen om de volgende dag Conception, de andere vulkaan te beklimmen, en Rob besloot om mee te gaan, wat mij eveneens tijd gaf om even uit te rusten. Ondertussen zit ik nu in Altagracia, te typen en is Rob juist aangekomen. Ze hebben de vulkaan in niet minder dan 5 en een half uur beklommen, een record als je’t mij vraagt !

Nu trekken we naar San Juan del Sur voor de laatste dagjes zon, zee en strand en een lekker bruin kleurtje als we terug zijn, hehe !

Hasta Domingo !

Wat we zover vertelden was vooral de chronologische volgorde van onze reis. But there’s so much more to it…

Wat een beetje een donkere schaduw op onze reis werpt, is de overval van de eerste dag. Meer dan we deden vermoeden, weegt dit nog steeds zwaar. We voelen ons hier niet altijd veilig. en zijn daar natuurlijk meer paranoia over dan anders. Elk stadje heeft hier wel zijn hoofdstraat, maar vanaf je daar maar eventjes van afwijkt, beland je in een wirwar van steegjes en donkere plekjes waar de locals je echt wel aanstaren. Het is echt onterecht, want Nicaragua staat bekend als een relatief veilig land (* behalve in Managua zeggen ze er dan ook altijd bij), maar die paranoia is er nu eenmaal, helaas. Het is hier ook niet echt ongewoon: zowat elke reiziger die we hier tegenkomen is al wel op een of andere manier bestolen (maar weinig zo agressief als wij).
Het moeilijkste ‘deel’ is nu wel voorbij, omdat nu nog vooral toeristische trekpleisters op de planning staan, zeg maar. We zitten nu in Granada, een mooi koloniaal stadje aan Lago Nicaragua (met veel goede restaurantjes ;) ), morgen trekken we verder naar Isla Ometepe (jeweetwel, waar de cappi’s de vulkaan beklommen hebben) en onze laatste dagen zullen we in San Juan Del Sur spenderen: zon, strand, zee en wie weet wel surfen baby!

Het openbare vervoer is hier ook steeds een ervaring. Gelukkig zeer goedkoop, dat dan weer wel. De bussen zijn hier allemaal oude Amerikaanse schoolbussen. Zonder de vering dan weliswaar. De bankjes staan ook allemaal op minder dan een meter van mekaar, niet echt ideaal voor onze Westerse benen. Als we een bus moeten nemen, zorgen we dat we altijd goed op tijd zijn (en de bussen zijn hier wonderwel altijd op tijd) om een goed plekje uit te kiezen, i.e. een plekje waar we onze rugzakken in’t oog kunnen houden, die paranoia weetjewel. Terwijl we dan zitten te wachten komen er 10tallen verkopers (soms jongetjes van amper 5 jaar oud) door de bus gelopen om hun waar aan te prijzen. Dit kan gaan van kleine zakjes ijskoud water tot scheermesjes en niet te vergeten bedelaars of mensen die rondkomen voor een of ander goed doel (de vlinders van Nicaragua ofzo ;) ). Opvallend is dat de Nica’s steevast wel een cordoba of meer overhebben voor laatst vernoemden, dat getuigt van een enorme solidariteit die hier heerst onder de mensen. Tot je eens een chiquere snelbus neemt die slechts 1 dollar meer kost. Dit is echt een wereld van verschil met el buse tipico: je ziet duidelijk dat enkel de welvarendere Nica’s deze bus nemen. Helaas hadden zij helemaal geen cordoba op overschot voor ‘de lagere stand’ om het cru te zeggen.
Om even terug te komen op die handelaren: ze zijn hier over ‘t algemeen helemaal niet opdringerig. Met een simpele ‘no gracias’ (een mens heeft nu eenmaal niet altijd scheermesjes nodig) lopen ze gewoon verder. Een hele opluchting als reiziger, wetende dat opdringerige verkopers soms heel vermoeiend kunnen zijn. Ook een teken dat het toerisme hier nog echt (op sommige plaatsen meer dan anders) nog in zijn kinderschoenen staat. Het is ons bijvoorbeeld nog niet gelukt om postkaartjes te vinden. Het is natuurlijk tof om zoveel ongerepte plekjes te ontdekken, maar soms is het ook een enorme barriere, op taalvlak bijvoorbeeld. Mijn noties Spaans zijn soms echt niet genoeg om ons duidelijk te maken, wat soms voor hilarische situaties zorgt, maar ook zeer frustrerend kan zijn. Iedereen die naar Centraal Amerika reist zou ik toch aanraden om een aardig mondje Spaans te spreken (en vooral te verstaan, hehe).

To be continued…

Hasta la proxima!
(en meer foto’s volgen…)

« Previous PageNext Page »